Camperhuren.net
Witte camper zonder merkopschrift geparkeerd bij een rustplaats langs een Duitse weg, met heuvels en bos op de achtergrond in ochtendlicht

Camper importeren uit Duitsland: kosten, keuring en risico's

Een camper importeren uit Duitsland kost je naast de aankoopprijs meestal enkele honderden tot een paar duizend euro extra. Bij een oudere camper blijft het vaak rond de 500 tot 1.000 euro aan keuring, kenteken en ophalen; bij een jong of duur exemplaar tikt vooral de BPM aan en loopt het totaal snel in de duizenden.

De vaste posten zijn de RDW-keuring (reken op ongeveer 100 tot 200 euro), kentekenplaten en administratie (tientjeswerk), het ophalen, en de BPM. De reden dat mensen het toch doen: het Duitse aanbod is veel groter en de vraagprijzen liggen er voor sommige modellen lager. Of dat voordeel overblijft, hangt volledig af van de BPM en van de staat van de camper.

Welke kosten komen er bij kijken?

Zet naast de vraagprijs deze posten in je rekensom:

  • BPM: de belasting die je bij invoer betaalt. Voor kampeerauto's geldt een aparte, lagere berekening dan voor personenauto's, gebaseerd op de oorspronkelijke catalogusprijs met een afschrijving naar de leeftijd van de camper. Hoe ouder het voertuig, hoe minder er van dat bedrag overblijft: bij campers van ruim boven de tien jaar oud is de uitkomst vaak een paar honderd euro of minder. Laat je berekening altijd naast de actuele tabellen van de Belastingdienst leggen voordat je een bod doet.
  • RDW-keuring: elke geïmporteerde camper moet langs een RDW-keuringsstation voor een individuele goedkeuring of kentekenonderzoek. Reken op ongeveer 100 tot 200 euro, afhankelijk van het type keuring en het gewicht.
  • APK: is er geen geldige Nederlandse APK, dan komt daar nog eens ongeveer 50 tot 100 euro bij. Een geldige Duitse HU (de Duitse APK) neemt die verplichting niet over.
  • Kenteken en platen: administratiekosten en platen kosten samen doorgaans minder dan 100 euro.
  • Ophalen of transporteren: zelf rijden met een uitvoerkenteken of kortkenteken, inclusief tijdelijke verzekering, kost vaak 100 tot 300 euro. Een transporteur is duurder.
  • Kijken en heen en weer reizen: je rijdt in de praktijk vaak twee keer naar Duitsland, één keer om te kijken en één keer om te halen. Bij een camper in Beieren of Baden-Württemberg is dat zomaar 150 euro aan brandstof en tol.
  • Gasinstallatie en kleine aanpassingen: een controle van de gasinstallatie of het vervangen van een Duitse gasdrukregelaar of slang kost meestal 100 tot 250 euro.
  • Onvoorziene reparaties: dit is de post die het vaakst wordt onderschat. Zie het als een verplichte reservering van minimaal 500 tot 1.500 euro.

Btw: wanneer betaal je die wel en wanneer niet?

Koop je bij een Duitse particulier, dan betaal je geen btw en kun je die ook niet verrekenen. Koop je bij een Duitse dealer die de margeregeling gebruikt, dan zit de btw verwerkt in de prijs en krijg je die niet terug.

Gaat het om een nieuwe of bijna nieuwe camper (kort gezegd: minder dan zes maanden oud of met heel weinig kilometers), dan geldt hij fiscaal als nieuw vervoermiddel. Dan betaal je de 21 procent btw in Nederland en niet in Duitsland. Laat de verkoper dat vooraf op de factuur zetten, anders betaal je in het slechtste geval twee keer.

Welke Duitse papieren moet je zien?

Vraag hier altijd om, en bekijk het bij voorkeur al per mail voordat je in de auto stapt:

  • Zulassungsbescheinigung Teil II (het oude Fahrzeugbrief): het eigendomsbewijs. Zonder dit document kun je de camper in Nederland niet inschrijven.
  • Zulassungsbescheinigung Teil I (het oude Fahrzeugschein): hier staan technische gegevens als gewichten en afmetingen, die de RDW gebruikt.
  • HU-Bericht: het rapport van de laatste Duitse keuring. Daarin staan ook de afgekeurde en herstelde punten, wat je iets vertelt over roest en remmen.
  • Onderhoudsboekje en dichtheidscontroles: bij campers is het bewijs van jaarlijkse waterdichtheidscontrole vaak belangrijker dan het onderhoud aan de motor.

Wijkt het chassisnummer op de papieren af van dat op de camper, of staat er een andere naam dan die van de verkoper in Teil II, stop dan direct.

Hoe verloopt de procedure stap voor stap?

  1. Koop de camper en zorg dat je de originele Duitse papieren meekrijgt: Zulassungsbescheinigung Teil I en Teil II.
  2. Laat de verkoper de camper afmelden of vraag een uitvoerkenteken (Ausfuhrkennzeichen) aan, zodat je legaal naar Nederland kunt rijden met een tijdelijke verzekering. Een Kurzzeitkennzeichen is voor kopers zonder Duits adres in de praktijk lastiger te krijgen, dus regel het uitvoerkenteken via de verkoper of een dealer.
  3. Meld de camper bij de Belastingdienst aan voor de BPM en dien de aangifte in voordat je hem op naam zet.
  4. Maak een afspraak bij een RDW-keuringsstation voor de goedkeuring.
  5. Na goedkeuring en betaalde BPM krijg je een Nederlands kenteken en kun je platen laten maken.
  6. Verzeker de camper en regel de wegenbelasting. Wat dat kost per gewichtsklasse lees je in de gids over wegenbelasting voor een camper.

De volgorde kan per situatie verschillen, dus check de actuele werkwijze bij RDW en Belastingdienst voordat je iets betaalt.

Wat zijn de grootste risico's?

De kans op een miskoop is bij import groter dan bij een aankoop om de hoek, simpelweg omdat je verder van huis zit en vaak onder tijdsdruk beslist. Je bent net vijf uur onderweg geweest en wilt niet met lege handen terug: dat is precies het moment waarop mensen dingen over het hoofd zien.

  • Vochtschade: het klassieke campereuvel. Duitse campers staan niet per definitie beter gestald dan Nederlandse. Neem een vochtmeter mee of laat een keuring ter plaatse doen. Een technische keuring door een Duitse keuringsinstantie of een campervakbedrijf in de buurt kost meestal 100 tot 250 euro en is bij een camper van tienduizenden euro's snel terugverdiend.
  • Onbekende garantiestatus: fabrieksgarantie op waterdichtheid loopt vaak alleen door bij aantoonbaar jaarlijkse controles. Vraag om het onderhoudsboekje.
  • Gasinstallatie: Duitse campers hebben soms een andere gasconfiguratie of aansluitingen die niet op Nederlandse flessen passen. Voor je verzekering is een geldige installatiecontrole belangrijk.
  • Ombouw zonder papieren: bij een zelfbouw of ombouwde bestelbus kan de RDW-keuring lastig zijn. Zonder de juiste documentatie krijg je hem niet zomaar als kampeerauto ingeschreven. Vraag bij twijfel vooraf bij de RDW na welke eisen gelden.
  • Taal en recht: bij een particuliere koop in Duitsland is verhaal halen praktisch lastig. "Gekauft wie gesehen" komt vaak op contracten voor en betekent dat je klachten achteraf grotendeels zelf draagt.

De checklist uit de gids over een camper occasion kopen werkt precies hetzelfde bij een Duitse camper, alleen wil je die punten daar nog strikter afvinken.

Wanneer is importeren de moeite waard?

Grofweg: als het prijsverschil met een vergelijkbare Nederlandse camper groter is dan de totale bijkomende kosten plus een marge voor pech. Bij oudere campers met lage BPM valt dat vaker gunstig uit dan bij jonge modellen, waar de BPM het voordeel opeet.

Reken de BPM daarom als eerste uit, nog voordat je gaat kijken. Hoe die berekening in elkaar zit, staat in de gids over de BPM van een camper berekenen. Zet daarna het geschatte totaalbedrag naast de vraagprijzen van vergelijkbare Nederlandse campers. Is het verschil kleiner dan ongeveer 2.000 euro, dan koop je met import vooral extra risico en reistijd.

Eerst huren om te weten wat je wilt

Veel importmiskopen zijn eigenlijk keuzemiskopen: een camper die te groot, te klein of verkeerd ingedeeld blijkt. Een paar weken huren in verschillende types kost minder dan één verkeerde aankoop. Wat huren kost per type en seizoen zie je in de prijzengids, en met de vergelijker krijg je snel een indicatie voor jouw periode. Twijfel je nog tussen bezit en huren, dan helpt de afweging in camper huren of kopen.

Veelgestelde vragen

Wat kost het importeren van een camper uit Duitsland?

Naast de aankoopprijs betaal je meestal ongeveer 100 tot 200 euro voor de RDW-keuring, tientjeswerk aan kenteken en platen, 100 tot 300 euro om de camper op te halen, en de BPM. Die BPM varieert van een paar honderd euro bij een oudere camper tot enkele duizenden bij een jong of duur exemplaar. Reken daarnaast op reiskosten en een reservering voor reparaties.

Moet een geïmporteerde camper altijd door de RDW gekeurd worden?

Ja. Een camper zonder Nederlands kenteken moet langs een RDW-keuringsstation voor een individuele goedkeuring of kentekenonderzoek voordat je hem op naam kunt zetten. Ontbreekt een geldige APK, dan komt die keuring er ook nog bij; een geldige Duitse HU vervangt de Nederlandse APK niet.

Betaal ik btw als ik een camper in Duitsland koop?

Bij een particuliere verkoper of een dealer met margeregeling betaal je geen aftrekbare btw. Is de camper fiscaal nieuw, dus heel jong of met weinig kilometers, dan betaal je de 21 procent btw in Nederland en niet in Duitsland. Laat dat vooraf op de factuur vastleggen.

Is een camper uit Duitsland goedkoper dan uit Nederland?

Soms wel, omdat het aanbod groter is en vraagprijzen voor bepaalde modellen lager liggen. Het voordeel verdwijnt snel door BPM, keuring, transport en eventuele reparaties. Reken de BPM daarom uit voordat je gaat kijken.

Hoe rijd ik de camper legaal van Duitsland naar Nederland?

Met een Duits uitvoerkenteken (Ausfuhrkennzeichen) of een kortkenteken (Kurzzeitkennzeichen), in combinatie met een tijdelijke verzekering. Zonder Duits adres is het uitvoerkenteken in de praktijk de makkelijkste route; laat de verkoper of dealer dat regelen. Reken samen met de brandstof op ongeveer 100 tot 300 euro. Een transporteur inhuren is doorgaans duurder.

Wat past bij jouw situatie?

Vul de vergelijker in voor een prijsindicatie en een shortlist aanbieders.

Naar de vergelijker